Home » dorp

dorp

Westergeest lijkt al in de vroege middeleeuwen te zijn ontstaan, toen bewoners van de terpen ‘boven’ Westergeest het alsmaar stijgende zeewater ontvluchtten en zich gingen ‘settelen’ op de hoge zandrug van het huidige dorp. Mogelijk vonden ze hun middelen van bestaan in de ontginning van het omringende hoogveen.

De nederzetting lag en ligt op een klein zandeiland omringt door lager gelegen klei- en veengrond; de kerk is gebouwd op het hoogste punt daarvan. In de kerk liggen nog grafzerken van vóór die tijd.

Tot het grondgebied van Westergeest behoorden vroeger ook de buurtschappen de Triemen, Zwagerveen, Zandbulten, Hanenburg, westelijk gedeelte van Veenklooster, Keatlingwier, Westerburen en Weerdeburen.

Eeuwenlang heeft de dorpsgroei zich geconcentreerd en ontwikkeld langs twee belangrijke wegen – de Foarwei [vanaf 1954 de Eelke Meinertswei] en de Achterwei [vanaf 1954 de Bumawei]. De Eelke Meinertswei is genoemd naar de schrijver, dichter, schoolmeester en boer Eelke Meinerts [1732 – 1810]. De Bumawei ontleend zijn naam aan de ‘aanzienlijke’ familie Buma, vroeger eigenaar van o.a. Cleyn Buma [Bumawei 23].

2.0 Keuning, Willem Andries

Andries Keuning [1827 – 1899]

Beide wegen komen sinds 1881 aan de noordkant van het dorp bij elkaar in de Keuningsbrug 3 , genoemd naar Andries Keuning [foto],destijds mede-eigenaar en bewoner van Cleyn Buma. Zij kruisen daar gezamenlijk de Nieuwe Zwemmer die in 1881 werd gegraven. Ten zuiden van het dorp is tussen 1654 en 1656 de Stroobosser Trekvaart gegraven.

In de loop van de jaren is langs de twee hoofdwegen en wat zijpaden de bebouwing langzaam maar zeker ’verdicht’. Tussen de bebouwing staan relatief veel boerderijen en woudboerderijtjes.

Westergeest heeft vijf gebouwen die op de Rijksmonumentenlijst staan:

  • – de kerk
  • – de Fokkema’s Pleats, Eelke Meinertswei 2
  • – de kop-hals-romp-boerderij Eelke Meinertswei 5
  • – de kop-romp-boerderij Eelke Meinertswei 22
  • – de Beintemapoldermolen

Minnema, Johannes M. [*1903 - +1984], amateurarcheoloog

Johannes M. Minnema [1903 – 1984]

Johannes M. Minnema heeft een interessante serie geschreven over Westergeest of Fosteraheem. Foestrum zou een echo zijn uit voorchristelijke tijden, toen op de plaats waar nu de kerk van Westergeest staat, de Fries-Germaanse godheid Fostera, Fosta, Fosite werd vereerd. Ondanks dat heidense gebruiken, namen en tradities werden omgezet in een Christelijke variant [’gekerstend’], bleven oude namen en gezegdes bestaan.

Van school weten we bijvoorbeeld nog dat een aantal dagen van de week genoemd zijn naar Germaanse goden: Wodans-dag is woensdag, Donars-dag is donderdag. Het ’hiem’ of de ’wierde’ van de god Hollur of Hodur is terug te vinden in namen als Hallum, Holwerd en Hollum. Balder of Bolder in Ballum en Balloo. Balder of Bolder was de zoon van Wodan en de god van de stormen en het donderende geraas van de golven. Daarom spreken we nog van een bulderende [bolderende] storm.
Het ‘hiem’ van de godheid Fostera werd Fostera-hiem, Fosteraheem, Foestrum genoemd.

Een hele andere, veel minder tot de verbeelding spreken-de verklaring voor de naam Foestrum wordt gegeven door drs. W. T. Beetstra [Fryske Akademy]. Volgens hem zou het zo kunnen zijn dat Westergeesters snel “op ‘e fûst” gingen en zij de [scheld]naam Foestrumers hebben gekregen vanuit één van de nabijgelegen dorpen ten oosten van Westergeest.

Quote Rotator

Loading Quotes...